Direct na overname van de regeringsverantwoordelijkheid verzocht de nieuwe regering aan de CAft/Nederland om Aruba meer tijd te gunnen haar financiële zaakjes op orde te krijgen. Een logisch verzoek, gezien de omvang en ernst van de financiële problematiek. Toch is dit verzoek niet in het belang van de Arubaanse gemeenschap.

Begrotingstekort = schuldgroei = rentetoename = schuldgroei

Momenteel bedraagt de jaarlijkse rentebetaling Afl. 220 miljoen, oftewel Afl. 600.000,- per dag. Per regeerperiode van 4 jaar betekent dat alleen al aan rente Afl. 880 miljoen. Zolang Aruba tegen een begrotingstekort aanhikt, komen deze (of een deel van de) rentekosten boven op de reeds onbetaalbare schuldberg. Afhankelijk van de hoogte van het begrotingstekort kan het na 5 jaar in principe zomaar zijn dat de schuld alleen al door de rente met omstreeks Afl. 1 miljard is toegenomen.

Aruba heeft zich tot nu toe altijd stipt gehouden aan de betaling van haar renteverplichtingen. Die betaling vindt plaats zowel op basis van eigen als vreemd vermogen (= geleend geld). Zolang er sprake is van een begrotingstekort (d.w.z. dat de uitgaven meer zijn dan de inkomsten), moeten de kosten, waaronder de rente, worden gefinancierd met geleend geld. In 2018 bedraagt de verschuldigde rente Afl. 220 miljoen. Het begrotingstekort is Afl. 150 miljoen. Slechts Afl. 70 miljoen van de rente wordt dus vanuit de eigen middelen (belasting) gedekt. Afl. 150 miljoen moet worden geleend (= schuldgroei) om de rente te betalen. Hoe hoger het begrotingstekort, hoe meer deze rente bijdraagt aan de groei van de nationale schuld. Pas wanneer er sprake is van een begrotingssurplus (meer inkomsten dan uitgaven), is er genoeg geld om de rente te betalen uit het ‘eigen vermogen’. Er kan dan zelfs begonnen worden iets van de schuld terug te betalen.

Plundering van spaarpot

Vele jaren geleden zette Aruba, op dringend advies van de Raad van Advies en Nederland, een speciaal spaarpotje op (Sinking Fund). Jaarlijks werd geld opzij gelegd voor de aflossing/betaling van de almaar toenemende schulden en rentebetalingen. Dat heeft maar kort geduurd. Al gauw werd de pot met het weinige geld dat daarin gestort was, volledig leeggeplunderd. Het gevolg daarvan is dat Aruba elk jaar opnieuw voor grote financiële uitdagingen staat waar zij geen reserves voor heeft (zie tabel).

Aflossingsverplichtingen Aruba 2017-2039

# JAAR AFLOSSING AFL. # JAAR AFLOSSING AFL.
1 2017 414,252,156.25 13 2029 77,514,337.58
2 2018 337,910,454.58 14 2030 38,083,257.94
3 2019 376,420,867.87 15 2031 9,410,691.49
4 2020 322,149,704.59 16 2032 10,049,304.08
5 2021 391,051,687.28 17 2033 10,731,207.89
6 2022 295,253,115.05 18 2034 11,390,522.33
7 2023 253,740,614.49 19 2035 31,703,321.92
8 2024 271,006,765.44 20 2036 12,930,672.48
9 2025 300,428,006.96 21 2037 13,820,535.34
10 2026 340,222,814.04 22 2038 14,771,884.37
11 2027 82,973,297.83 23 2039 15,789,321.70
12 2028 208,210,650.37   TOTAAL 4.161.152.514,50

Bron: Directie Financiën, januari 2017

Schulden zijn tot nu toe nooit werkelijk afgelost, maar altijd opnieuw gefinancierd (= doorgeschoven naar een later tijdstip). Aruba’s schuldpositie zal dus, zolang er geen sprake is van een begrotingssurplus, in de toekomst verder verergeren. Zo moet de regering in 2018 meer dan Afl. 700 miljoen lenen om aan alle verplichtingen van alleen maar dit jaar te voldoen. Deze nieuwe schuld komt dan bovenop de andere schulden in de toekomst.

Schaamteloos

De voorgaande (AVP-)regering heeft gekozen voor de aantrekkelijke route van grenzeloze en roekeloze overheidsbestedingen onder het mom van ‘eerst groeien dan snoeien’. Op de korte termijn werkt dit uitstekend voor de argeloze burger en dus ook voor de populariteit van de verantwoordelijke partij. Feitelijk worden enorme hoeveelheden gemeenschapsgeld misbruikt voor een 4-jaar durende verkiezingscampagne. Op de middellange tot lange termijn is dit fataal voor de welvaart van de gemeenschap. De Sinterklaaspartij wordt na 8 jaar, wanneer de gevolgen van haar wanbeleid niet meer te ontkennen en te dragen zijn, weggestemd. Vanuit de veilige oppositiebanken bekritiseert zij dan zonder enige gêne alle snoeipogingen van de nieuwe regeringspartij(en) om het land weer uit de door haar zelf gecreëerde misère te trekken. De schuld van ‘maatregelen tegen de bevolking’ wordt door die partij schaamteloos volledig gelegd bij de nieuwe regering.

Doodlopende weg

In onze jonge, onervaren ‘democratie’ worden oplossingen voor dit soort situaties altijd in eerste instantie gezocht in het verhogen van de overheidsinkomsten. Belastingverhogingen zijn daartoe een gewild middel. Meer impopulaire maar effectievere maatregelen die de reeds onbeheersbare overheidskosten verlagen zoals vermindering van de (veel te hoge) personeelskosten, worden om partijpolitieke redenen angstvallig vermeden. Toch is ook dat onverstandig.

Belastingverhogingen betekenen een toename van de toch al hoge ‘cost-of-doing-business’ in Aruba. De investeringskosten voor ondernemingen worden daardoor hoger. Nieuwe initiatieven komen zo moeilijker van de grond. In combinatie met de verminderde koopkracht voor de burgers leidt dit tot een verlaging van het Bruto Binnenlands Product (BBP). Hogere prijzen zijn dan vaak het gevolg. Dat werkt weer inflatie in de hand en verlaagt de werkgelegenheid. Mensen hebben daardoor minder te besteden en verlangen dan compensatie via indexering van hun salaris. Maar…de tragere economie laat dat niet (meer) toe. Al met al heeft dit directe negatieve gevolgen voor de economische productie en dus voor de BBP. Dat leidt op haar beurt weer tot verminderde inkomsten voor de overheid waardoor die zich voor steeds grotere problemen met onhandelbare financiën geplaatst ziet. De gekozen weg is dus heilloos en betekent slechts uitstel van executie. Daarmee wordt de uiteindelijke oplossing steeds duurder met ernstiger -vooral sociale- gevolgen voor de gemeenschap.